GHK-Cu is een van de langst bestudeerde peptiden binnen de biologie van weefselherstel. De geschiedenis begint in 1973, toen de Amerikaanse biochemicus Loren Pickart een tripeptide isoleerde uit humaan bloedplasma. Hij merkte op dat plasma van jongere donoren leverweefsel van oudere donoren aanzette tot eiwitsynthese die meer leek op die van jonger weefsel — een aanwijzing dat er een specifieke signaalstof in het spel was.
Die stof bleek een tripeptide te zijn met de aminozuurvolgorde glycyl-L-histidyl-L-lysine (GHK), met een sterke affiniteit voor koperionen. In combinatie met koper vormt het de complexverbinding GHK-Cu, die sindsdien in honderden studies is onderzocht.
GHK-Cu komt van nature voor in menselijk plasma, speeksel en urine, maar de concentratie daalt met de leeftijd: van ongeveer 200 ng/mL rond het twintigste levensjaar naar zo'n 80 ng/mL rond het zestigste — een daling van ruim de helft. Die afname loopt gelijk op met een zichtbare vermindering in het regeneratieve vermogen van weefsel naarmate mensen ouder worden.
Het meest onderzochte werkingsgebied van GHK-Cu is wondgenezing en weefselregeneratie. Pickart en collega's toonden aan dat het peptide de wondcontractie versnelt, de aanslag van gehuide transplantaten verbetert en ontstekingsremmende eigenschappen heeft. Een review uit 2015 in BioMed Research International bracht dit werk samen en beschreef hoe GHK-Cu de collageen-, elastine- en glycosaminoglycaansynthese stimuleert in modellen voor huidregeneratie.
Recenter, systeembreed onderzoek — gebaseerd op genexpressie-analyse (de zogenoemde Connectivity Map-methode) — wees uit dat GHK-Cu de expressie van een opvallend groot aantal genen beïnvloedt, met name genen die betrokken zijn bij weefselherstel. Onderzoekers wijzen er wel op dat deze bevinding uit een specifieke assay-context komt en niet zonder meer mag worden gelezen als een letterlijke claim over wat het peptide in een levend organisme doet — het is het sterkste beschikbare bewijs dát GHK-Cu op veel routes tegelijk aangrijpt, niet een uitspraak over de omvang van dat effect in vivo.
Het overgrote deel van het gepubliceerde onderzoek naar GHK-Cu betreft in-vitro werk (celkweken), dierstudies en ex-vivo onderzoek op menselijk huidweefsel. Er zijn wel klinische studies gepubliceerd over topische toepassing bij huidkwaliteit, maar naar systemische of injecteerbare toepassingen is, voor zover terug te vinden in de literatuur, nog geen specifieke klinische veiligheidsstudie gepubliceerd. Dat is een erkende leemte in de bestaande onderzoeksbasis.
Met een onderzoeksgeschiedenis van meer dan vijftig jaar is GHK-Cu een van de best gedocumenteerde peptiden binnen de matrixbiologie. Voor laboratoria die onderzoek doen naar wondgenezing, collageensynthese of genexpressie in weefselregeneratie-modellen blijft het een veelgebruikt referentiemateriaal.